Hoewel prednison/prednisolon nog steeds een van de belangrijkste geneesmiddelen is bij SLE, zijn er momenteel nieuwe medicijnen in aantocht die veelbelovend lijken en niet alle bijwerkingen hebben die velen van u zo goed kennen van prednison bij SLE.
Een van de middelen waar ik het hier over wil hebben is rituximab. Dit is een antilichaam dat gericht is tegen B-lymfocyten, de cellen die antilichamen, en dus ook de voor SLE zo schadelijke auto-antilichamen, produceren. Rituximab kan deze B-lymfocyten uitschakelen en daarmee ook de productie van auto-antilichamen, zoals antilichamen tegen DNA, tegengaan.
Rituximab is zelf een bijzonder antilichaam. Het is opgewekt in muizen door deze muizen in te spuiten met menselijke B-lymfocyten. Deze muizen gaan dan antilichamen tegen menselijke B-lymfocyten maken. Vervolgens kan vanuit één muizencel die een dergelijk antilichaam maakt, in het laboratorium een eindeloze productie op gang gebracht worden van dit antilichaam. Dit is van één cel afkomstig en wordt daarom monoclonaal antilichaam genoemd. Ook wordt in het laboratorium dit antilichaam nog zo veranderd dat het bijna geheel op een menselijk antilichaam lijkt waardoor het, bij inspuiten in een mens, goed verdragen wordt.
Momenteel worden verschillende monoclonale antilichamen tegen B-lymfocyten uitgetest bij autoimmuunziekten zoals SLE. De resultaten zijn veelbelovend. Zo namen wij zelf waar dat enkele SLE-patiënten met huidafwijkingen die alleen op hoge doseringen prednisolon verbeterden, binnen enkele dagen na inspuiting van rituximab vrijwel vrij waren van huidafwijkingen.
Het zal overigens nog wel enige tijd kosten voordat het gunstige effect van deze geneesmiddelen definitief is bewezen. Dan pas zullen deze middelen ook beschikbaar zijn (en vergoed worden!) voor de behandeling van SLE.
Zoals ik al eerder aangaf hebben deze middelen, voor zover we nu kunnen bezien, weinig bijwerkingen. Ze worden via een infuus twee maal toegediend (met een tussenruimte van twee weken). Soms gaat dit gepaard met een kortdurend ziektegevoel wat meestal vanzelf verdwijnt. De werking houdt bijzonder lang aan, veelal meer dan een half jaar. Dan kunnen deze middelen opnieuw worden toegediend.
De ontwikkelingen volgen elkaar momenteel snel op. Er worden steeds meer nieuwe medicijnen ontwikkeld die rechtstreeks ingrijpen in het ziekteproces bij SLE. Hopelijk zijn ze hierdoor effectiever en geven ook minder bijwerkingen dan de nu voorgeschreven medicijnen. Er zullen echter eerst grote studies verricht moeten worden om er zeker van te zijn dat deze nieuwe middelen niet alleen effectief, maar ook veilig zijn.
Mogelijk dat we hier op het komende Europese SLE-congres in Amsterdam in mei 2008 al iets over horen.
Cees G.M. Kallenberg
Voorzitter Medische Adviescommissie van de NVLE