|
Ontstaat werkloosheid, dan is er mogelijk recht op WW. Dit geldt ook als je vanuit de WAO weer (gedeeltelijk) arbeidsgeschikt wordt verklaard en nog geen baan hebt gevonden. De WW is sterk aan verandering onderhevig. Het kabinet wil werkloze werknemers stimuleren zo snel mogelijk weer aan het werk te gaan. De regels in de WW zijn daarom aangescherpt. In dit artikel een overzicht van de meest actuele regelgeving.
Voor degenen die na een keuring in de WW komen, gelden enkele afwijkende regels. Deze passeren in een volgend artikel de revue. Dit geldt ook voor ondersteunende wettelijke regelingen bij werkhervatting.
Wanneer een WW-uitkering?
Om voor WW in aanmerking te komen moet je jonger zijn dan 65 jaar en verzekerd voor werkloosheid. Daarnaast mag de werkloosheid niet verwijtbaar zijn.
Wanneer werkloos?
Het verlies aan werk is minimaal vijf arbeidsuren per week (of als je minder dan tien uur per week werkte, minimaal de helft van de arbeidsuren).
Je hebt geen recht meer op loon over de verloren arbeidsuren.
Voorwaarden uitkering
Er moet in de 36 weken voorafgaand aan de eerste werkeloosheids- of ziektedag minimaal 26 weken zijn gewerkt (de wekeneis). Het hoeft niet om volledige werkweken te gaan. Als je bijvoorbeeld in een week maar één dag hebt gewerkt, is dat al voldoende. Vakantieweken, waarin het loon is doorbetaald, tellen ook als gewerkte weken.
Je hebt er alles aan gedaan om te voorkomen dat een WW-uitkering nodig is. Bijvoorbeeld door direct op zoek te zijn gegaan naar ander werk.
Beschikbaar zijn om passende arbeid te accepteren. Dit betekent dat je direct aan een nieuwe baan kunt beginnen. Dus geen afspraken maken voor onbetaalde activiteiten, als daardoor betaald werk moet worden geweigerd.
Ingeschreven zijn als werkzoekende bij het CWI, uiterlijk 1 werkdag nadat je werkloos bent geworden.
De WW-aanvraag is uiterlijk binnen een week na aanvang van de werkloosheid ingediend. Word je werkloos na een herkeuring? Dan is de eerste werkloosheidsdag meestal de eerste dag waarop de WAO-uitkering feitelijk wijzigt.
Er is een sollicitatieplicht. Dit is aan strenge regels gebonden, die in de gerelateerde artikelen worden toegelicht.
Uitkeringsduur
Als 26 van de 36 weken is gewerkt, wordt meestal voldaan aan de wekeneis. Dan volgt een basisuitkering van 3 maanden. De WW-uitkering duurt langer dan 3 maanden (de zogenaamde vervolguitkering) als je in de laatste 5 jaren voordat je werkloos werd ten minste 4 jaar een arbeidsovereenkomst hebt gehad. Dit is de zogenaamde jareneis.
Voldoe je aan de jareneis? Dan is de uitkering per gewerkt jaar 1 maand uitkering. Negen jaar gewerkt, is dan WW gedurende 9 maanden. Wel geldt een maximum: de uitkering duurt ten hoogste 3 jaar en 2 maanden.
Berekening uitkeringshoogte
De hoogte van de uitkering is afhankelijk van het arbeidsverleden en de hoogte van de verdiensten. Het loon wordt eerst teruggerekend naar een dagloon: het loon dat je per dag verdiende. Daarbij wordt gekeken naar de inkomsten in de laatste baan. Bij wisselend werk wordt de uitkering gebaseerd op het gemiddelde loon van de laatste 52 weken voordat de werkloosheid begon. Voor de WW geldt een maximumdagloon. Dit betekent dat de WW-uitkering niet hoger is dan het maximumdagloon, ook al is je werkelijke dagloon hoger.
Voor de berekening van het dagloon telt het loon waarover premies sociale verzekeringen zijn betaald. Dit betekent dat bijvoorbeeld bonussen en een eventuele 13e maand vaak wel meetellen, maar reiskosten en telefoonvergoedingen meestal niet.
Soms wordt een ander (hoger) dagloon berekend. Dat kan wanneer je in een nieuwe baan tegen een lager loon bent gaan werken en toch weer werkloos bent geworden. Zie de tips aan het eind van het artikel.
Heb je vier van de vijf kalenderjaren vóór het jaar van de eerste werkloosheidsdag minimaal 52 dagen gewerkt? Dan is er 2 maanden recht op een uitkering van 75% van het dagloon. Daarna is de uitkering 70% van het dagloon.
In de 5 jaar vóór het jaar waarin de werkloosheid begon minder dan 4 jaar gewerkt? Dan ontvang je 2 maanden een uitkering van 75% van het oude loon en daarna 1 maand een uitkering van 70% van het oude loon.
Het inkomen van de partner of andere gezinsleden blijft buiten beschouwing. Ook eigen vermogen heeft geen invloed op de hoogte van de WW-uitkering.
Aanvulling op de uitkering
Als de WW onder het voor jou van toepassing zijnde sociaal minimum ligt, kun je mogelijk een toeslag krijgen. Deze toeslag kan tegelijk met de uitkering worden aangevraagd of uiterlijk binnen 6 weken na de toekenning van de WW.
Ontvang je al een uitkering en verandert er een en ander in de situatie waardoor het gezinsinkomen lager wordt, bijvoorbeeld een echtscheiding? Dan kun je ook een toeslag aanvragen. Meer informatie over de toeslagenwet staat in het gerelateerde artikel.
Berekening arbeidsverleden
Het arbeidsverleden bestaat uit 2 delen:
1. Het feitelijke arbeidsverleden: het aantal jaren waarin over minstens 52 dagen loon is ontvangen vanaf 1998 tot het jaar waarin je werkloos bent geworden
2. Het fictief arbeidsverleden: alle jaren vanaf het 18e jaar tot 1998. Deze jaren tellen dus ook mee als in deze periode niet is gewerkt.
Voor het arbeidsverleden tellen soms ook (delen van) jaren mee waarin:
- onbetaald verlof is opgenomen;
- voor kinderen is gezorgd;
- mantelzorg is verleend ;
- een volledige WIA- of WAO-uitkering is ontvangen. De WIA-uitkering is inclusief WW. Toch kan in de toekomst en nieuw WW- recht ontstaan. Dan zijn de WIA jaren wel van belang voor de berekening van het arbeidsverleden;
- in andere landen is gewerkt.
Zorg voor kinderen
De afgelopen jaren niet gewerkt, maar voor de kinderen gezorgd? Dan tellen de zorgjaren voor kinderen tot 5 jaar mee. Hierbij geldt:
- verzorgingsjaren vóór 2005 tellen volledig mee;
- verzorgingsjaren in 2005 en 2006 tellen voor 75 procent mee;
- verzorgingsjaren vanaf 2007 tellen voor de helft mee.
Mantelzorg
Vanaf 2007 kunnen ook kalenderjaren waarin niet 52 dagen is gewerkt, voor de helft meetellen als arbeidsverleden. Dit is bijvoorbeeld het geval als je in een kalenderjaar mantelzorgtaken hebt verricht. Mantelzorg is de noodzakelijke zorg voor een zieke of gehandicapte in de naaste omgeving, bijvoorbeeld een familielid. Daarbij gaat het om zorg die meer tijd en energie kost dan normale ziekenzorg.
Zijn er mantelzorgtaken verricht en wil je voor een langere WW-uitkering in aanmerking komen? Dan is een beroep op het zogenaamde mantelzorgforfait mogelijk. Omdat alleen de jaren vanaf 2007 meetellen, kan dit pas worden aangevraagd als je in januari 2008 werkloos bent geworden.. Alle jaren tellen voor de helft mee voor de berekening van het totale arbeidsverleden. Voorwaarde is dat voor het verlenen van de mantelzorg aantoonbaar wordt betaald uit het persoonsgebonden budget van degene aan wie de zorg wordt verleend. Bijvoorbeeld door middel van een overeenkomst tussen de mantelzorger en degene die wordt verzorgd.
Als de zorg als zelfstandige wordt verleend, kan geen beroep op het mantelzorgforfait worden gedaan. Dit geldt ook als in het betreffende kalenderjaar langer dan een half jaar een loongerelateerde WW- of WIA-uitkering is ontvangen.
Bron: WAO-café - www.waocafe.nl
|