Nationale vereniging voor lupus, APS, sclerodermie en MCTD
Open menu

Wat kan je doen?

Overleg altijd met je behandelend arts. Dit is nodig om na te gaan of er een lichamelijke oorzaak voor de vermoeidheid is aan te wijzen. Als deze er is, is ook een gerichte behandeling mogelijk – en dat heeft natuurlijk de voorkeur. In sommige situaties kan je arts medicijnen voorschrijven tegen de vermoeidheid.

Probeer ook voor jezelf na te gaan wat een oorzaak kan zijn. Bedenk dat moeheid veel oorzaken kan hebben, ook oorzaken die niets met de ziekte of de behandeling ervan te maken hebben. Voorbeelden van oorzaken zijn: slecht slapen, ongezond eten, stress op het werk of in een relatie, grote zorgen, een andere aandoening of medicijnen.

Depressiviteit

Hierboven werd beschreven dat je door de vermoeidheid in een neerwaartse spiraal terecht kunt komen, zodat er een algeheel gevoel van ‘malaise’ ontstaat. Een gevaar is dat je ook psychisch steeds verder wegzakt en depressief wordt. Andersom is natuurlijk ook mogelijk: je voelt je depressief omdat je een auto-immuunziekte hebt, en dit veroorzaakt weer vermoeidheid. Oorzaak en gevolg zijn soms moeilijk aan te wijzen.

Depressiviteit is een reden om professionele hulp te zoeken. Als je je langere tijd (langer dan een paar weken) erg somber en lusteloos voelt, zoek dan contact met je behandelend arts. Hij of zij kan eerst nagaan of er een lichamelijke oorzaak voor je klachten is. Als dit niet het geval is, kan hij of zij je verwijzen naar een andere hulpverlener.

Lotgenotencontact

Het kan helpen om je ervaringen met moeheid te delen met anderen die dezelfde aandoening hebben. Dat anderen dezelfde problemen hebben als jij, kan een opluchting zijn: je bent niet de enige die er mee rondloopt. Bovendien hebben anderen vaak heel praktische adviezen over het omgaan met moeheid, die ze uit eigen ervaring hebben geleerd.

Wat kan je zelf doen?

Vind een evenwicht tussen rust en activiteit

  • Probeer regelmaat in je dagen te houden. Het kan verleidelijk zijn om ’s ochtends in bed te blijven liggen, maar de kans is groot dat je daar alleen maar lamlendiger van wordt. Sta dus op een vaste tijd op en ga op een vaste tijd slapen.
  • Blijf actief, maar pas je activiteiten aan: je kunt niet meer alles doen wat je vroeger deed – hoe graag je dat ook zou willen. Begin de dag met het op een rij zetten van de dingen die je moet doen en de dingen die je graag wilt doen. Begin met de dingen die je moet doen. Zet alles ook in zo’n volgorde dat de lichte en zware activiteiten goed verdeeld zijn over de dag. Probeer de activiteiten zo in te delen dat je er voldoende tijd voor hebt en niet onder tijdsdruk komt te staan.
  • Neem regelmatig een rustpauze; meestal is het niet nodig alles achter elkaar af te maken. Bijvoorbeeld: een ingewikkeld rapport hoeft niet in één keer te worden geschreven, de zolder hoeft niet in één dag te worden opgeruimd enzovoort.
  • Neem dus regelmatig een rustpauze, maar: ga overdag niet (lang) slapen.
  • Probeer of je je energie kunt sparen door handelingen in een andere volgorde te doen. Bijvoorbeeld: doe de zware boodschappen op de terugweg, niet op de heenweg. Kijk ook of je handelingen kunt combineren. Bijvoorbeeld: bedenk wat je allemaal van één hoog moet halen, zodat je maar één keer de trap op en af moet.
  • Probeer je dagindeling aan te passen en rekening te houden met momenten dat je fit of moe bent. Dit kan als je vermoeidheid een dagelijks patroon heeft. Doe inspannende dingen op een gunstige tijd en zorg ervoor dat je op je slechte momenten tijd en ruimte hebt om te rusten.
  • Probeer ook in perioden dat de ontstekingen opvlammen te blijven bewegen. Ga elke dag een stukje wandelen of fietsen, al is het maar een ommetje, en probeer in een zo goed mogelijke conditie te blijven. Houd je grenzen in de gaten en forceer niets.

Maak gebruik van hulp

  • Misschien kunnen anderen taken van je overnemen die erg vermoeiend zijn, terwijl jij dingen voor hen doet die je wel aankunt. Je kan thuis bijvoorbeeld de administratie voor je rekening nemen, terwijl een ander het huishouden doet. Soortgelijke verdelingen zijn misschien ook op het werk mogelijk.
  • Laat zware (huishoudelijke) werkzaamheden over aan anderen. Als je dit moeilijk vindt, bedenk dan dat je hierdoor andere (leukere) dingen juist wél kunt blijven doen. Je hebt dus een goede reden om sommige dingen aan anderen over te laten.

Maak het jezelf makkelijk

  • Veel mensen die erg moe zijn hebben moeite om zich te concentreren en dingen te onthouden. Maak daarom gebruik van briefjes (‘doe-lijstjes’) als geheugensteun. Je hoeft dan maar één keer na te denken over, bijvoorbeeld, de boodschappen, wat je vandaag wilt doen of wie je nog moet bellen.
  • Huishoudelijke apparaten kunnen je veel werk besparen. Dat weet je natuurlijk al, maar misschien heb je nog niet gedacht aan een wasdroger, een magnetron, een afstandsbediening voor de ver- lichting of een huistelefoon bij de voordeur, zodat je niet steeds naar de deur hoeft te lopen.
  • Kleine aanpassingen in het huis kunnen ook helpen. Gebruik een werkstoel op zwenkwieltjes in de keuken, zet een (stevig) plastic krukje onder de douche zodat je kan zitten en gebruik een draagbare telefoon.
  • Je hoeft niet voor alles de deur uit. Veel zaken kunnen tegenwoordig worden geregeld via telefoon en internet, boodschappen doen, boeken lenen, betalingen doen, enzovoort.

Andere tips

  • Als je erg moe bent, moet je kiezen tussen wat je wel en niet kunt doen. Sommige mensen hebben de neiging vooral te kiezen voor ‘nuttige’ zaken (administratie, huishouden, werk). Het is echter aan te raden om ook ontspannende activiteiten te plannen. Ontspanning is belangrijk, zeker als je erg moe bent: door te ontspannen bouw je je energie weer op.
  • Om op ontspanning door te gaan: veel mensen hebben baat bij ontspanningsoefeningen. Hierbij leer je je bewust te ontspannen, bijvoorbeeld met behulp van de buikademhaling. Deze oefeningen zijn trouwens ook nuttig bij andere klachten, zoals pijn. In de boekhandel zijn veel boeken met ontspanningsoefeningen te vinden. Ook zijn er apps die je kunt downloaden, bijvoorbeeld de VGZ Mindfulness Coach.
  • Leef zo gezond mogelijk: je zal je moeheid beter kunnen verdragen.
  • Zogenaamde ‘oppeppende’ middelen als koffie, cola, alcohol en chocolade werken vaak maar tijdelijk en soms zelfs helemaal niet. Uiteindelijk kunnen ze zelfs averechts werken.

Adviezen bij cognitieve klachten

Veel van de tips die hierboven genoemd worden, kan je ook gebruiken bij cognitieve klachten. Enkele aanvullende adviezen:

  • Zorg voor een rustige omgeving. Zo voorkomt je dat je te veel prikkels krijgt, waardoor je vermoeid raakt en je klachten ernstiger worden. Zet bijvoorbeeld je mobiele telefoon op stil en de tv of radio uit als je een gesprek wilt voeren.
  • Voer taken één voor één uit. Als je twee dingen tegelijk doet, gaat dit ten koste van je aandacht en concentratie.
  • Pas je tempo aan. Je hoeft niet terug naar je schema van vroeger. Als je jezelf voldoende tijd gunt, zal je zien dat veel zaken je makkelijker af gaan. Dit werkt motiverend.
  • Doe je activiteiten op een moment dat je goed uitgerust bent.
  • Van buiten is niet direct aan je te zien dat je snel in de war raakt of dingen snel vergeet. In het leven van alledag kan je daarom op onbegrip stuiten. Anderen kunnen denken dat je raar of onvriendelijk reageert. Vertel de mensen in je omgeving daarom over je klachten. Je voorkomt dan dat ze te veel van je verwachten.